De invloed van voeding op het gedrag van kinderen op de BSO
Je kent het wel: het is 15:30 uur op de BSO. De kinderen komen binnen stormen na een lange schooldag.
Sommige zijn energiek, anderen zijn chagarijnig en hangen maar wat om zich heen. Vaak grijpen we dan naar makkelijke oplossingen: een bakje chips of een stroopwafel. Maar wat als ik je vertel dat wat ze op dat moment eten, het verschil kan maken tussen een middag ruzie maken of juist heerlijk spelen? Het is echt niet ingewikkeld, maar wel een gamechanger voor de sfeer op jouw groep.
Waarom werken aan voeding?
Denk even terug aan die ene dag dat iedereen zo lief was.
Grote kans dat dat geen toeval was. Wat kinderen eten, bepaalt voor een groot deel hoe ze zich voelen en gedragen. Suikerrijke snacks zorgen voor een korte energieboost, gevolgd door een diepe val.
Dat uit zich in humeurigheid, prikkelbaarheid en concentratieverlies. En dat is precies wat je niet wilt op een BSO, waar je juist een fijne, veilige plek wilt bieden na een drukke schooldag.
Gezonde voeding is veel meer dan alleen maar appelmoes en worteltjes. Het is de basis voor een stabiele stemming en een betere focus.
Onderzoek laat zien dat een gezond voedingspatroon op de lange termijn zelfs de kans op diabetes type 2, hart- en vaatziekten en kanker verkleint. Als je dat nu al kunt bijsturen, help je ze enorm. Bovendien leer je ze op deze manier een gezonde leefstijl aan, iets waar ze hun hele leven profijt van hebben. De BSO heeft hierin een unieke rol.
Thuis bepalen ouders het eten, maar op de BSO laten kinderen zien wat ze lusten en leren ze van elkaar. Jij als pedagogisch medewerker bent een rolmodel.
Als jij met smaak een komkommer eet, zijn ze eerder geneigd om het ook te proberen. Het is een kans die je dagelijks hebt om een positieve impact te maken.
Aan de slag met voeding
Oké, je wilt aan de slag. Maar hoe pak je dat aan zonder dat het een verplicht nummer wordt?
De succesvolle aanpak rust op vier pijlers: Beleid, Ontwikkelen, Omgeving en Signaleren.
Dit werkt als een kompas. Je weet waar je naartoe wilt en hoe je daar komt. Geen losse flodders, maar een structurele verbetering die iedereen voelt.
Stap één is Beleid. Dit klinkt zwaar, maar het is gewoon een plan. Een visie op voeding die je met elkaar vaststelt. Daarbij hoort een uitgeschreven beleid met duidelijke richtlijnen, bijvoorbeeld gebaseerd op de Schijf van Vijf van het Voedingscentrum.
Zonder plan loop je namelijk vast: de een neemt koekjes mee, de ander een bakje druiven.
Een beleid zorgt voor duidelijkheid voor iedereen: medewerkers, kinderen en ouders. Tweede pijler is Ontwikkelen.
Dit gaat over kennis en vaardigheden. Zowel die van jou als die van de kinderen. Jij en je collega’s weten wat gezond is, en hoe je het aanbiedt.
De kinderen leren spelenderwijs over eten. Door te proeven, te koken, te praten over waar voeding vandaan komt.
Dit is pure pedagogiek: je leert kinderen vaardigheden voor het leven. De derde pijler is de Omgeving. Dit is zo’n logische, maar wordt vaak vergeten.
Wat zie en ruik je als je de groep binnenkomt? Staan de appels in een mooie mand op ooghoogte of liggen ze verstopt?
Wordt er water gedronken uit leuke flesjes of staan er plastic bekertjes?
De omgeving stimuleert of juist niet. Zorg dat gezond de makkelijkste keuze is. De laatste pijler is Signaleren.
Tips bij pijler Beleid
Blijf kijken wat er gebeurt. Welke kinderen eten te weinig? Welke eten te veel ongezonds? Welke moeite hebben met eten door bijvoorbeeld een gevoelige maag?
Dit gaat verder dan alleen ‘opeten wat je krijgt’. Het is pedagogisch handelen: observeren en inspelen op wat een kind nodig heeft.
Dit alles samengebracht in een aanpak die breed gedragen wordt, zoals het GO-BSO-project laat zien. Beginnen met beleid?
Pak het meteen goed aan. Stel een voedingsbeleid op met richtlijnen uit de Schijf van Vijf. Dit is je houvast.
Een concreet voorbeeld: voor traktaties spreek je minimaal een week voor verjaardagen met ouders af wat ze meenemen.
Zo voorkom je verjaardagen die onaangekondigd verlopen en waarbij er opeens alleen maar snoep op tafel staat. Geef ze een lijstje met gezonde, leuke ideeën, zoals een komkommerdiertje of een bakje met fruit. Betrek de oudercommissie er actief bij.
Tips bij pijler Ontwikkelen
Zij zijn de spil tussen de wensen van ouders en het beleid van de opvang. Als zij het beleid helpen ontwikkelen, is de kans veel groter dat ouders het ook steunen.
Maak er een sessie van, bespreek de voordelen voor hun kind en kom samen tot een plan.
Zo voorkom je weerstand en creëer je draagvlak. Focus op kennis en vaardigheden. Organiseer een workshop voor je team over gezonde voeding en hoe je dit pedagogisch aanpakt.
Niets is zo vervelend als collega’s die elkaar tegenspreken. Zorg dat iedereen hetzelfde verhaal heeft. Daarnaast kun je met de kinderen aan de slag. Doe een proefles waarin ze zelf fruit spiesjes maken of een groentensoepje koken.
Ze leren hierbij over smaken, kleuren en waar het vandaan komt. Test de materialen die je gebruikt op bruikbaarheid.
Er bestaan handreikingen, bijvoorbeeld vanuit het GO-BSO-project, speciaal voor grootstedelijke omgevingen. Die zijn heel praktisch.
Tips bij pijler Omgeving
Ga ermee aan de slag en kijk of het werkt in jouw praktijk. Is het te ingewikkeld? Pas het aan. Het doel is niet dat het perfect is, maar dat je het volhoudt.
Maak de keuze makkelijk. Zorg dat water altijd en overal beschikbaar is.
Gebruik leuke, herkenbare flesjes of kannen. Hang posters op van de Schijf van Vijf op een hoogte die de kinderen kunnen zien. Richt een hoekje in waar ze kunnen helpen met fruit wassen of tafeldekken.
Een lekkere geur van een bakplaat met fruit kan al wonderen doen. Kinderen eten meer groenten als ze er leuk uitzien, dus snijd ze in vrolijke figuren.
Verander de standaard. Leg standaard bij het bakje met crackers een schaaltje komkommer of paprika.
Als dat er altijd ligt, grijpen ze daar sneller naar. Zorg dat snoep en ongezonde snacks niet in het zicht liggen. Ze mogen best wel, maar maak het geen hoofdrolspeler op de groep. Creëer een omgeving die uitnodigt tot gezond.
Gezond Opgroeien met de Buitenschoolse Opvang (GO-BSO)
Een mooi concreet project dat hierop aansluit is het GO-BSO-project. Dit start in 2025 en wordt uitgevoerd door de Hogeschool van Amsterdam en de Haagse Hogeschool. Het doel?
De ontwikkeling van een handreiking die BSO’s in grote steden helpt om gezond gedrag te stimuleren.
Want de realiteit is dat kinderen in steden vaak minder bewegen en ongezonder eten. Dit project speelt daar slim op in. Bij dit project zijn belangrijke partijen betrokken, zoals het Voedingscentrum en Gezonde Kinderopvang.
Zij leveren de kennis en de methodieken. En een grote speler in de kinderopvang, KidsFoundation Holdings BV (Partou), is ook partner.
Dat betekent dat de kennis niet alleen bij de hogescholen blijft, maar direct de praktijk in wordt getest en gebracht. Je kunt dus straks gebruikmaken van bewezen methoden die specifiek zijn ontwikkeld voor jouw werkomgeving. Het mooie van GO-BSO is dat het niet alleen over eten gaat, maar over een totaalplaatje. Het project kijkt naar het samenspel tussen eten, bewegen en de sociale omgeving.
Het ontwikkelen van een handreiking die getest wordt op bruikbaarheid en uitvoerbaarheid zorgt ervoor dat het geen theoretisch verhaal wordt, maar een werkbare aanpak voor elke BSO.
Dit project zet de toon voor de toekomst.
Maatschappelijke impact
Waarom doen we dit? Omdat het impact heeft.
Een BSO die werkt aan gezond eten, levert een bijdrage aan de volksgezondheid. Je voorkomt niet alleen een middag ruzie, maar je helpt op de lange termijn gezondheidswinst te boeken. Kinderen die leren dat gezond eten normaal is en lekker kan zijn, nemen dit later mee in hun eigen gezin.
Zo werkt een kleine verandering op een BSO door in de hele maatschappij.
Het verkleinen van gezondheidsverschillen is hier een belangrijk onderdeel van. In grote steden met diverse sociaal-culturele achtergronden is het extra belangrijk om aan te sluiten bij wat kinderen en ouders kennen, maar wel te stimuleren naar een gezondere basis. Door het aanbod aan te passen en duidelijk te communiceren, bereik je iedereen.
Je creëert een plek waar ieder kind de kans krijgt om gezond op te groeien, ongeacht achtergrond. En het mooie is: het werkt door op school.
Als kinderen op de BSO gezond eten, bewegen en bijvoorbeeld leren ontspannen met een stilte-oefening, presteren ze op school vaak beter.
Ze zijn gefocuster en rustiger. De BSO en school vormen zo een krachtig duo. Het is een investering die zich op meerdere fronten terugbetaalt. Je bent niet alleen een opvang, maar een plek die ononderbroken werktijd voor diepe hersenontwikkeling stimuleert.
Verbinding met onderwijs
De BSO is een verlengstuk van de schooldag. Dat betekent dat je de lijnen met school kunt oppakken. Heeft de school al een gezond beleid?
Dan sluit je daarop aan. Werkt school met een gezonde schoollunch?
Dan kun je dat op de BSO voortzetten. Stem af hoe je het aanpakt, zodat kinderen niet hoeven te wisselen van gedrag.
Dit zorgt voor rust en regelmaat. Je kunt ook gezamenlijke activiteiten organiseren. Denk aan een ‘gezonde week’ waarin school en BSO samenwerken.
De kinderen leren op school over voeding en koken op de BSO.
Of een sportieve middag waarbij je na het bewegen een gezonde snack serveert. Dit versterkt de boodschap en maakt het leuker voor de kinderen. Samen sta je sterker. Door deze verbinding te zoeken, maak je de overstap van school naar BSO soepeler.
Kinderen weten wat ze kunnen verwachten. Je creëert een omgeving waarin gezond gedrag de norm is, waarbij buitenlucht de weerstand van kinderen op alle momenten van de dag versterkt.
Dit helpt niet alleen de kinderen, maar ook de ouders. Zij weten dat hun kind op een plek is waar goed voor ze gezorgd wordt, op alle vlakken.
