De kracht van 'peer-teaching' op de buitenschoolse opvang

Portret van Redactie Ozowiezo, Redactie
Redactie Ozowiezo
Redactie
BSO Activiteiten & Pedagogische Planning · 2026-02-15 · 9 min leestijd

Stel je voor: je loopt de groep binnen en ziet twee kinderen die samen een puzzel aan het leggen zijn. Eentje laat zien hoe het stukje past, de ander probeert het na.

Dat is peer-teaching in optima forma. Kinderen leren van elkaar, zonder dat een pedagogisch medewerker (PM) direct de leiding neemt.

Dit is veel meer dan alleen ‘spelen’; het is een krachtig pedagogisch middel. In de buitenschoolse opvang (bso) draait het om de ontwikkeling van kinderen, en peer-teaching speelt hierbij een centrale rol. Het zorgt voor betere sociale vaardigheden, meer zelfvertrouwen en een dieper begrip van de lesstof.

Je ziet het terug in de praktijk: kinderen die elkaar helpen bij het maken van huiswerk, of die samen een bouwwerk construeren. Dit artikel duikt dieper in de wereld van peer-teaching op de bso, met concrete voorbeelden en handvatten die je morgen al kunt toepassen.

De kracht van peer-teaching op de buitenschoolse opvang

Peer-teaching is simpelweg het proces waarbij kinderen elkaar iets leren. Dit kan op twee manieren: expliciet, waarbij een kind doelgericht uitleg geeft, en impliciet, waarbij kinderen van elkaar opsteken door samen te spelen en te ontdekken. De kracht zit ‘m in de gelijkwaardigheid.

Een uitleg van een leeftijdsgenoot komt vaak beter aan dan die van een volwassene.

De taal is hetzelfde, de belevingswereld is vergelijkbaar. Dit creëert een veilige sfeer waarin fouten maken mag.

Bovendien ontwikkelen kinderen die uitleggen hun eigen kennis beter; ze moeten de informatie immers verwerken om het uit te kunnen leggen. De ontvanger voelt zich gezien en gehoord door een vriend. Het is een win-winsituatie die je als pedagogisch medewerker actief kunt stimuleren.

Het draagt bij aan de sociale cohesie op de groep en leert kinderen samenwerken.

Waarom is dit zo belangrijk op de bso? De bso is geen school; het is een plek waar kinderen tot rust komen na een lange schooldag. Toch is het een cruciale omgeving voor sociale en cognitieve ontwikkeling. Peer-teaching sluit hier naadloos op aan.

Het stimuleert kinderen om hun eigen krachten te ontdekken en in te zetten voor de groep. Je ziet dat kinderen die misschien op school wat stiller zijn, op de bso juist uitblinken als ‘leraar’ voor hun vriendje.

Dit bouwt zelfvertrouwen op. Daarnaast is het een effectieve manier om groepsdynamiek te verbeteren.

Pedagogische principes en respect in de bso

Wanneer kinderen elkaar helpen, ontstaat er vanzelf een positievere sfeer. Minder ruzie, meer samenwerking. Het past perfect bij de 6 pedagogische principes van Kober (2024), die in Nederlandse bso’s worden toegepast.

Deze principes draaien om het bieden van een veilige en stimulerende omgeving, en peer-teaching is hier een essentieel onderdeel van. Om peer-teaching goed te laten werken, moet het fundament van de bso-groep stevig zijn. Dit fundament rust op de pedagogische principes.

Denk aan het bieden van veiligheid, het stimuleren van ontwikkeling en het overdragen van normen en waarden.

Peer-teaching speelt hier prachtig op in. Wanneer een kind een ander kind helpt, laat het respect zien.

Het neemt de tijd voor de ander. Dit is een directe toepassing van het principe van waardering en respect. Je hoeft hier als PM niet eens heel actief iets mee te doen; je kunt het gewoon laten gebeuren.

Door kinderen de ruimte te geven om elkaar te helpen, geef je ze ook de ruimte om deze normen en waarden zelf vorm te geven.

Het is veel effectiever dan een PM die constant zegt: ‘wees lief voor elkaar’. Kinderen leren het door te doen. Een veilig klimaat is cruciaal. Kinderen moeten durven falen.

In een peer-teaching situatie is de drempel lager om iets te proberen. Een foutje maken is niet erg, je vriendje helpt je wel.

Dit sluit aan bij het pedagogisch principe van het stimuleren van competentie.

Teacher presence en scaffolding in voorschoolse interacties

Kinderen voelen zich capabel, zowel als leerling als als leraar. Als pedagogisch medewerker is het zaak om dit klimaat te bewaken. Zorg dat er geen plaaggedrag ontstaat tijdens het ‘leren’.

Houd in de gaten dat de verhoudingen in evenwicht blijven. Soms kan een kind te dominant worden. Dan is een kleine sturende interventie nodig, bijvoorbeeld door te vragen: “Zou jij even het volgende stukje laten zien?” Dit zorgt ervoor dat iedereen blijft meedoen en het respect behouden blijft.

Het is een kwestie van de juiste sfeer creëren en onderhouden. Het concept van ‘teacher presence’ is interessant.

Dit betekent niet dat je als PM continu boven de kinderen hangt. Integendeel. Onderzoek (bron 2) laat zien dat kinderen in de afwezigheid van een PM vaker stimulerende interacties met elkaar hebben.

Wanneer een PM te dichtbij komt, kan dit de dynamiek verstoren. Kinderen gaan misschien meer op de PM letten in plaats van op elkaar. De PM wordt dan een soort publiek.

Dit wil je niet. De kunst is om zichtbaar en beschikbaar te zijn, maar op afstand.

Zoek een plekje waar je alles goed kunt overzien, maar loop niet constant tussen de kinderen door. Dit geeft ze de ruimte om zelf de regie te pakken. Wanneer je te snel ingrijpt, ontneem je ze de kans om zelf een oplossing te vinden. Ze leren minder van hun eigen fouten.

Hoewel afstand belangrijk is, is het soms nodig om in te grijpen. Dit heet ‘scaffolding’ of sociale steun.

Dit is niet hetzelfde als het antwoord geven. Het is een hulp bij het vinden van een antwoord.

Uit bron 2 blijkt dat het actief bevorderen van scaffolding weinig voorkomt, maar dat het leidt tot meer stimulerende interacties. Denk aan het aangeven van een denkspoor: “Wat zou er gebeuren als je dat blokje hieronder legt?” of het aanreiken van een woord: “Vraag eens of hij het ‘overstapje’ bedoelt.” Dit zijn kleine, krachtige interventies die het leerproces versnellen. Je bent als PM een coach, geen leraar.

Sociale praktijken en conflictgesprekken in de bso

Je zet de deur open, maar de kinderen moeten zelf naar binnen lopen. Dit werkt het beste bij kindgerichte activiteiten. Wanneer kinderen vrij kunnen kiezen wat ze doen, ontstaan er vanzelf situaties waar scaffolding nodig is en gewenst is.

Peer-teaching gaat niet alleen over rekenen of taal. Het gaat ook over sociale vaardigheden.

Een belangrijk onderdeel hiervan is het voeren van conflictgesprekken. Kinderen leren hier enorm veel van.

Bron 3 onderscheidt twee types conflicten: remediërend en persisterend. Een remediërend conflict is er een die opgelost kan worden; de kinderen zoeken een oplossing. Een persisterend conflict escaleert of blijft voortsudderen.

Als PM moet je leren herkennen welk type conflict het is. De fout die vaak gemaakt wordt, is te snel ingrijpen bij een remediërend conflict.

Je denkt de sfeer te redden, maar je ontneemt de kinderen een waardevolle leersessie. Ze leren nu eenmaal het meest van het oplossen van problemen. Wat is dan de juiste strategie? Bron 3 adviseert om preventief in te grijpen bij remediërende conflicten.

Dit klinkt tegenstrijdig, maar het gaat om de manier van ingrijpen. Je grijpt niet in door de oplossing te bieden, maar door het proces te sturen.

Je kunt bijvoorbeeld zeggen: “Ik zie dat jullie het niet eens zijn.

Kunnen jullie elkaar vertellen wat je wilt?” Je geeft ze de woorden en de structuur om het gesprek aan te gaan. Je faciliteert het peer-teaching proces op sociaal vlak. Bij persisterende conflicten is het zaak om sneller en duidelijker te sturen, maar ook hier probeer je de kinderen zoveel mogelijk zelf een oplossing te laten vinden.

De tip is dus: observeer, benoem wat je ziet en stel vragen. Laat de kinderen de experts zijn in het oplossen van hun eigen problemen. Dat is de ultieme vorm van peer-teaching.

Praktische tips voor jou als pedagogisch medewerker

Het toepassen van peer-teaching in de bso vraagt om bewuste keuzes. Het is niet iets wat je even snel doet; het vereist een bepaalde houding en een goede voorbereiding.

Hieronder vind je concrete tips die je direct kunt gebruiken om de peer-interacties op jouw groep te verbeteren. Deze tips zijn gebaseerd op de eerder genoemde onderzoeken en zijn toegespitst op de dagelijkse praktijk van een bso.

  • Kies voor kindgerichte activiteiten: Zorg voor materialen en opdrachten die kinderen zelf kunnen uitdagen. Denk aan constructiemateriaal zoals Kapla (ongeveer €25 per set), bordspellen of knutselprojecten met meerdere stappen. Deze activiteiten nodigen uit tot overleg en samenwerking, veel meer dan een passieve activiteit zoals televisie kijken.
  • Geef ruimte, maar observeer op afstand: Zoek een plekje in de ruimte waar je goed zicht hebt, maar loop niet constant tussen de groepen door. Merk je dat interacties minder stimulerend worden? Blijf dan rustig zitten. Een PM die te dichtbij komt, kan een negatieve interactie soms juist versterken omdat kinderen gaan ‘performen’.
  • Leer kinderen ‘scaffolding’ vragen te stellen: Moedig kinderen aan om elkaar hulpvragen te stellen. “Vraag eens aan Lisa of zij weet hoe dit werkt.” of “Misschien kan Tom je helpen, hij heeft hier al mee gespeeld.” Dit stimuleert een cultuur waarin hulp vragen en geven normaal is.
  • Ondersteun bij conflicten, los het niet op: Wanneer er ruzie ontstaat, blijf dan in de buurt maar grijp niet direct in. Zeg niet: “Geef dat maar terug.” Vraag liever: “Wat is er aan de hand?” en “Hoe zouden jullie dit kunnen oplossen?” Geef ze de tijd en de rust om eruit te komen.
  • Investeer in sociale vaardigheden: Oefen expliciet met conflictgesprekken. Dit klinkt formeel, maar het kan heel laagdrempelig. Speel een rollenspel of bespreek een situatie die net is gebeurd. “Wat had je kunnen zeggen toen hij het speelgoed pakte?” Dit bouwt een repertoire aan sociale oplossingen op.

Conclusie: Samen leren, samen groeien

Peer-teaching is een krachtig instrument in de handen van de pedagogisch medewerker. Het is niet zweverig of ingewikkeld; het is een praktische aanpak die de ontwikkeling van kinderen op de bso een enorme boost geeft.

Door kinderen de ruimte te geven om van elkaar te leren, stimuleer je zelfstandigheid, verantwoordelijkheidsgevoel en sociale vaardigheid. Het past perfect binnen de moderne pedagogische visie op de bso, waarin het kind centraal staat. Het vraagt om een bewuste houding: minder sturen, meer faciliteren, ook als je mediawijsheid op een Montessori BSO wilt stimuleren.

Laat de kinderen de lessen bedenken en de problemen oplossen. Jouw rol als betrouwbare mentor op de bso is om de omgeving veilig en stimulerend te houden.

Uiteindelijk draait het allemaal om verbinding. Peer-teaching verbindt kinderen met elkaar, maar ook met hun eigen ontwikkeling. Het zorgt ervoor dat de bso niet alleen een opvang is, maar een levendige leergemeenschap. Door ook de rol van muziekles op de buitenschoolse opvang te integreren, creëer je een omgeving waarin kinderen niet alleen spelen, maar samenwerken, leren en groeien.

En dat is precies wat we als bso-professionals willen bereiken. Dus, de volgende keer dat je de groep inloopt, kijk eens goed.

Waar gebeurt het peer-teaching al? En hoe kun jij dat net een beetje meer ruimte geven? Het antwoord ligt vaak in de interacties die je nu al ziet.

Portret van Redactie Ozowiezo, Redactie
Over Redactie Ozowiezo

Expert content over kinderopvang buitenschoolse opvang pedagogiek

Volgende stap
Bekijk alle artikelen over BSO Activiteiten & Pedagogische Planning
Ga naar overzicht →