De rol van zintuiglijk materiaal bij kinderen met sensorische informatieverwerkingsproblemen

Portret van Redactie Ozowiezo, Redactie
Redactie Ozowiezo
Redactie
Medische, Ergonomische & Ontwikkelingsaspecten · 2026-02-15 · 6 min leestijd

Je ziet het soms gebeuren op de groep: een kind dat compleet ontspoort als de brandweerwagen onverwacht langsrijdt met sirene. Of een kleuter die fel protesteert tegen de labeltjes in zijn kleding en alleen maar sokken met naden wil.

Misschien herken je het kind dat juist nooit pijn lijkt te voelen, hard tegen dingen aanbotst en overal doorheen fietst. Dit gedrag is vaak geen opstandigheid of onoplettendheid. Het kan wijzen op sensorische informatieverwerkingsproblemen, afgekort SI-problemen.

Dit betekent dat de hersenen moeite hebben om prikkels vanuit de zintuigen te verwerken en te begrijpen.

Het is als een chaos in het hoofd van al die binnenkomende signalen. Herkenbaar? Dan is het goed om te weten dat er een specifieke manier is om deze kinderen te helpen, vaak zonder dat ze het zelf doorhebben: met zintuiglijk materiaal.

Een prikkelverwerkingsstoornis

Een prikkelverwerkingsstoornis (SI-stoornis) is geen ziekte, maar een manier waarop het brein informatie verwerkt. Het zit hem in de basis.

Sensorische informatieverwerking (SI) omvat alle zintuigen: horen, zien, ruiken, proeven, voelen en bewegen (Bron 1). Dit is een basisvoorwaarde voor alles wat een kind doet: leren, spelen, sporten, maar ook zindelijk worden. Als dit proces verstoord is, ontstaat er ruis op de lijn.

Er zijn grofweg twee scenario's. Ten eerste is er de onderregistratie.

Het kind registreert prikkels onvoldoende. Je ziet ze vaak rondrennen als duracellkonijntjes, zoeken naar diepe druk en stoten zonder te huilen. Ze hebben een hoge prikkelbehoefte.

Aan de andere kant heb je overgevoeligheid. Deze kinderen registreren alles veel te intens.

Een drukke speelzaal is voor hen een achtbaan van geluiden en bewegingen, waardoor ze overprikkeld raken en uitvallen.

Ook is er een discriminatieprobleem mogelijk, waarbij het kind prikkels verkeerd verbindt. Dit leidt tot vervelende sensomotorische problemen en beïnvloedt de motorische en sociaal-emotionele ontwikkeling (Bron 1). Voor de pedagogisch medewerker in de kinderopvang of buitenschoolse opvang (BSO) is het cruciaal om dit te herkennen. Wees er alert op dat je SI-problemen niet verward met opvoedkundige problemen of ondeugendheid.

Een kind dat stilvalt na het eten, is niet lui; het kan overprikkeld zijn. Een kind dat over de grond rolt, is niet stout; het kan diepe druk nodig hebben om tot rust te komen.

Zintuigelijke informatieverwerkingsproblemen

SI-problemen kunnen zich op allerlei manieren uiten, afhankelijk van welk zintuig het kind moeilijk verwerkt.

De Nederlandse Stichting voor Sensorische Informatieverwerping (NSSI) onderscheidt diverse gebieden (Bron 3). Laten we de meest voorkomende problemen in de dagelijkse praktijk van de opvang en BSO bekijken. Dit is een veelvoorkomend issue.

Problemen met aanraking

Kinderen kunnen extreem gevoelig zijn voor tastprikkelingen. Denk aan het vervelende gevoel van zand tussen de tenen, de textuur van verf op de vingers of kriebelkleding.

Je merkt dit aan kinderen die kledinglabels er direct uit willen halen of die liever blote voeten lopen.

Problemen met beweging en evenwicht

Aan de andere kant zie je kinderen die juist een sterke behoefte hebben aan aanraking. Ze duwen tegen anderen aan, willen gestreeld worden of zoeken druk op. Naast de bekende zintuigen zijn er de 'verborgen zintuigen': het evenwichtsorgaan (vestibulair), het gevoel uit spieren en gewrichten (proprioceptie) en het gevoel vanuit inwendige organen (Bron 2). Kinderen met problemen hierin zijn vaak bewegingszoekers of juist bewegingsmijdend.

Ze draaien eindeloos rondjes zonder duizelig te worden of vallen juist snel om van een wiebelplank. Een kind dat altijd op stoelen klimt of aan het draaien is, zoekt die prikkel.

Problemen met visuele informatie

Een kind dat angstig is voor een schommel of glijbaan, vermijdt die prikkel. Visuele problemen zie je in een drukke speelruimte. Een kind met overgevoeligheid voor zicht kan afgeleid raken door bewegende objecten of felle kleuren.

Ze worden rusteloos of juist apathisch. Ze kunnen ook moeite hebben met het inschatten van afstanden, waardoor ze struikelen of dingen omver gooien. Juist door te werken aan fysieke autonomie en mentale veerkracht, help je hen om meer grip op hun eigen lichaam te krijgen.

Problemen met auditieve informatie

Je ziet ze soms letterlijk hun ogen dichtknijpen om de prikkeling te verminderen. Geluid is een enorme prikkel. De impact van lawaai op de taalontwikkeling is groot; een kind dat overgevoelig is, schrikt van een stofzuiger of de bel van de bso.

Ze kunnen niet tegen geluiden van anderen eten of een lawaaierige gymzaal.

Problemen met smaak en geur

Ze trekken zich terug of worden agressief. Anderen horen juist niets; ze zijn 'doof' voor hun naam roepen of instructies, omdat ze niet filteren wat belangrijk is. Dit speelt vaak bij eten.

Kinderen zijn extreem kieskeurig (picky eaters) of juist alles proevend. Ze kunnen kokhalzen bij bepaalde texturen of geuren in de keuken.

In de opvang kan dit leiden tot conflict bij de maaltijd. Ze missen de prikkel of juist de remming om te stoppen met eten.

Behandeling Sensorische Informatieverwerkingsproblemen

De behandeling van SI-problemen is erop gericht het zenuwstelsel te leren prikkels beter te verwerken.

Dit gebeurt nooit dwangmatig, maar altijd spelenderwijs. De intake bestaat uit een observatie en een oudervragenlijst (Bron 3).

  • Verzwaringsmateriaal: Drukvesten of dekens (bijvoorbeeld een 'Calming Weighted Blanket' van ongeveer 3 tot 5 kg). De diepe druk zorgt voor aanmaak van serotonine en werkt kalmerend.
  • Wiebelplanken en balansmateriaal: Een 'Wobble Board' of evenwichtsbal. Dit traint het vestibulaire systeem.
  • Voelspellen en textuurboxen: Een 'Sensory Bin' met rijst, bonen of zand. Dit helpt bij het verdragen van tastprikkels.
  • Hangmatten en zensensatie: Een hangmat of zitkuip geeft diepe druk en een veilig gevoel.
  • Borsteldruktechniek: Met een zachte borstel (bijv. een Tactile Brush) over de huid strijken om de tastprikkels te reguleren.

De pedagogisch medewerker kan hier een schat aan informatie leveren. De behandeling is een combinatie van prikkelregulatie en het aanleren van vaardigheden. Een effectieve behandeling maakt gebruik van specifiek zintuiglijk materiaal. Hierbij valt te denken aan:

De prijzen van dergelijk materiaal variëren. Een simpele verzwaringsdekentje heb je al voor €50,- tot €80,-, terwijl een professionele wiebelplank of een uitgebreide sensorische box voor de BSO rond de €150,- tot €300,- kan liggen.

Praktische tips voor de pedagogisch medewerker

Het is een investering in rust en ontwikkeling. Tip voor de praktijk: Betrek ouders en school actief. Zorg voor een prikkelarm hoekje op de groep.

Gebruik materialen als de 'Chewigem' (kauwkettingen) voor kinderen die op spullen bijten, of 'Thera-Putty' (therapieklei) voor handarbeid. Dit zijn kleine hulpmiddelen die een groot verschil maken.

  1. Observeer het 'waarom': Vraag je af waarom een kind doet wat het doet. Is het kind dat over de grond rolt op zoek naar diepe druk? Dan kan een zware deken of een kussen vasthouden helpen.
  2. Geef keuzevrijheid: Bied materialen aan zonder dwang. "Wil je even op de wiebelplank of liever in de hangmat?"
  3. Voorkom overprikkeling: Als je weet dat een kind gevoelig is voor geluid, geef hem dan een koptelefoon bij de lawaaiige activiteit. Dit is geen beloning, maar een noodzakelijke aanpassing.
  4. Integreer het in de routine: Maak van het 'bijkomen' na school een vast onderdeel. Een kwartier in de zitkuip of met een verzwaringsdekentje op de bank kan wonderen doen voor de rest van de middag.
  5. Investeer in specifiek materiaal: Eenmalig een basispakket aanschaffen (bijv. een setje sensorische knijpers, een balanswip en een textuurbox) helpt je om direct te schakelen.

Hoe pas je dit nu toe op de groep zonder dat het te ingewikkeld wordt?

Uiteindelijk draait het allemaal om begrip. Door te kijken naar wat het kind nodig heeft om zijn prikkels te verwerken, en door de juiste zintuiglijke materialen in te zetten, help je hem niet alleen nu, maar leg je een basis voor een betere ontwikkeling. Je creëert een rustgevende omgeving waarin elk kind de kans krijgt om te floreren, ongeacht hoe zijn brein de wereld verwerkt.

Portret van Redactie Ozowiezo, Redactie
Over Redactie Ozowiezo

Expert content over kinderopvang buitenschoolse opvang pedagogiek

Volgende stap
Bekijk alle artikelen over Medische, Ergonomische & Ontwikkelingsaspecten
Ga naar overzicht →