De veiligheid van buitenspeeltoestellen op de BSO: De NEN-normen
Je staat op het schoolplein van de BSO en ziet een groep kinderen klimmen en glijden. Lekker bezig, denk je.
Maar vraag je je weleens af of dat toestel wel veilig is? Als pedagogisch medewerker draag je een enorme verantwoordelijkheid. Je wilt niet dat er ongelukken gebeuren.
De veiligheid van buitenspeeltoestellen is daarom geen randzaak, het is de basis.
Gelukkig is er in Nederland een duidelijke wetgeving die ervoor zorgt dat toestellen op BSO-locaties aan strenge eisen voldoen. Die wet is het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen 2023, oftewel WAS 2023. In dit artikel leg ik je uit hoe dit werkt en wat jij kunt doen om de veiligheid te garanderen.
Regels voor de veiligheid van attracties en speeltoestellen
De WAS 2023 is je beste vriend als het gaat om veilig spelen.
Deze wet bevat wettelijke regels voor alle speeltoestellen die op openbare grond, semi-openbare grond (zoals schoolpleinen en BSO-terreinen) en attractieparken staan. Het doel is simpel: voorkomen dat kinderen gewond raken door een gebrekkig toestel.
Stel je voor: een nieuwe klimtoren op de BSO. Voordat die in gebruik wordt genomen, moet hij voldoen aan de normen uit WAS 2023. Denk aan stevigheid, valhoogte en afwerking. Scherpe randen? Geen sprake van. Losse onderdelen? Zeker niet. De wet zorgt ervoor dat fabrikanten en leveranciers hun werk serieus nemen.
Als BSO moet je dit controleren. Vraag bij aankoop altijd om het certificaat van goedkeuring.
Uitzonderingen op het WAS
Zonder dat certificaat neem je het toestel beter niet in gebruik. Niet elk toestel valt onder WAS 2023. Er zijn uitzonderingen. Kleine elektrisch aangedreven attractietoestellen, zoals kiddy rides voor maximaal drie kinderen, vallen onder het Warenwetbesluit elektrisch materiaal.
Deze toestellen zijn vaak te vinden in overdekte speelhoeken, niet in de buitenruimte van de BSO. Voor de BSO gaat het vooral om de buiten- en binnenspeeltoestellen die onder WAS 2023 vallen.
Een andere uitzondering zijn speeltoestellen in een privétuin. Deze vallen onder het Warenwetbesluit Speelgoed, niet onder WAS 2023.
Een BSO die een toestel in een privé-achtertuin plaatst, moet dus opletten welke wet geldt. De meeste BSO-locaties hebben echter een semi-openbaar karakter en vallen daarmee onder WAS 2023. Importeer je als BSO een speeltoestel uit het buitenland?
WAS 2023 geldt ook voor buitenlandse attracties en speeltoestellen in Nederland
Dan moet het alsnog voldoen aan WAS 2023. De wet is niet alleen voor Nederlandse toestellen.
Dit is belangrijk, want veel BSO’s kopen toestellen via internationale leveranciers. Controleer of het toestel een Europees keurmerk heeft en of het is goedgekeurd door een aangewezen keuringsinstelling (AKI).
Zonder deze goedkeuring mag het toestel niet in gebruik worden genomen. Dit voorkomt dat je een toestel koopt dat niet voldoet aan de Nederlandse veiligheidsnormen.
Wie controleert de veiligheid van toestellen?
De controle op de veiligheid van speeltoestellen is in handen van verschillende partijen. Allereerst is er de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA).
De NVWA houdt toezicht op de naleving van WAS 2023. Daarnaast zijn er aangewezen keuringsinstellingen (AKI’s) die de keuringen uitvoeren.
Tot slot spelen gemeentes een rol, vooral bij het verlenen van vergunningen voor BSO-locaties. Als BSO ben je zelf verantwoordelijk voor het controleren van de toestellen. Je moet ervoor zorgen dat de toestellen die je gebruikt, zijn goedgekeurd.
Dit begint bij aankoop. Vraag om het certificaat en controleer of het toestel is opgenomen in het Register attractie- en speeltoestellen (RAS). Dit register bevat alle goedgekeurde toestellen en hun keuringsuitslagen. AKI’s zijn onafhankelijke instellingen die zijn aangewezen door de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS).
Keuring door aangewezen keuringsinstellingen (AKI’s)
Zij voeren de keuringen uit op speeltoestellen. Na een succesvolle keuring leveren ze een certificaat van goedkeuring en een merk van goedkeuring.
Dit merk wordt op het toestel aangebracht, vaak in de vorm van een sticker of plaatje. Een AKI brengt ook een identificatienummer aan op het toestel, het zogenaamde RAS-nummer.
Dit nummer is uniek en wordt gekoppeld aan het toestel in het RAS-register. Als BSO kun je dit nummer gebruiken om te controleren of het toestel is goedgekeurd. Vraag bij aankoop altijd om het RAS-nummer en check het in het register.
Naast de keuring door AKI’s is het belangrijk dat je als BSO zelf toezicht houdt op de toestellen.
Zou houden wij toezicht
Controleer regelmatig op slijtage, losse onderdelen en schade. Voer klein onderhoud uit, zoals het aandraaien van bouten en het schoonmaken van de toestellen. Voor groter onderhoud schakel je een professional in.
De NVWA voert steekproefsgewijs controles uit op BSO-locaties. Zij controleren of de toestellen zijn goedgekeurd en of er geen veiligheidsrisico’s zijn.
Als er een toestel niet voldoet, kan de NVWA handhaven. Dit kan leiden tot een boete of het sluiten van het toestel.
Regelmatige controle door jezelf voorkomt vervelende verrassingen.
De veiligheid van speeltoestellen
Veiligheid van speeltoestellen gaat verder dan alleen de keuring. Het gaat ook om het gebruik. Een goedgekeurd toestel kan alsnog onveilig zijn als het niet goed wordt gebruikt.
Denk aan te veel kinderen tegelijkertijd op een klimrek of het gebruik van toestellen door kinderen die te jong zijn voor de leeftijdscategorie, waarbij natuurlijk daglicht in de groepsruimte ook een rol speelt bij de rust en concentratie.
Als pedagogisch medewerker speel je hier een cruciale rol. Je bent de ogen en oren op de speelplaats.
Zorg voor duidelijke regels, zoals “geen rennen op de glijbaan” of “maximaal drie kinderen op de klimtoren”. Leg deze regels uit aan de kinderen en houd ze in de gaten. Een veilige speelomgeving is een combinatie van een goed toestel, veiligheidsrisico's bij klimtoestellen herkennen en goed toezicht.
Eisen aan speeltoestellen
De WAS 2023 stelt specifieke eisen aan speeltoestellen. Deze eisen zijn gebaseerd op Europese normen, zoals de EN 1176 voor speeltoestellen en de EN 1177 voor valdempende ondergronden.
- Valhoogte: De maximale valhoogte hangt af van het type toestel. Voor klimtoestellen is de valhoogte vaak beperkt tot 1,5 meter. Bij hogere toestellen moet er een valdempende ondergrond zijn, zoals rubberen tegels of valzand.
- Valdempende ondergrond: De ondergrond onder een toestel moet voldoende dempend zijn. De dikte van de valdempende laag hangt af van de valhoogte. Voor een valhoogte van 1,5 meter is een laag van minimaal 10 cm valzand of rubberen tegels nodig.
- Steun- en hechtingspunten: Toestellen moeten voldoende steun- en hechtingspunten bieden. Denk aan leuningen, grepen en voetsteunen. Deze moeten stevig zijn en niet te klein voor kleine handen.
- Geen scherpe randen: Toestellen mogen geen scherpe randen of uitstekende delen hebben die tot letsel kunnen leiden. Alle onderdelen moeten goed zijn afgewerkt.
- Leeftijdscategorie: Toestellen zijn ontworpen voor specifieke leeftijdscategorieën. Een toestel voor peuters (2-5 jaar) is anders dan een toestel voor oudere kinderen (5-12 jaar). Gebruik toestellen alleen voor de juiste leeftijdsgroep.
Hieronder vind je een overzicht van de belangrijkste eisen: Bij de aankoop van een toestel vraag je de leverancier naar de specificaties. Zorg dat het toestel past bij de leeftijdsgroep van de BSO. Voor een BSO met kinderen van 4 tot 12 jaar kies je toestellen die geschikt zijn voor deze breedte.
Speeltoestellen in de tuin
Heb je als BSO een eigen tuin? Dan kunnen daar speeltoestellen staan.
Let wel op: als de tuin privégrond is (bijvoorbeeld bij een kleinschalige BSO in een woonhuis), valt het toestel onder het Warenwetbesluit Speelgoed. Dit besluit is minder streng dan WAS 2023, maar stelt nog steeds eisen aan veiligheid.
De eisen voor speelgoed zijn onder meer dat het niet giftig is, geen scherpe randen heeft en stabiel is. Voor grotere toestellen, zoals schommels of glijbanen, is het verstandig om toch te kiezen voor toestellen die voldoen aan WAS 2023. Deze toestellen zijn vaak robuuster en veiliger. Bovendien zijn ze getest door een AKI en voorzien van een RAS-nummer.
Controleer bij aankoop van een toestel voor de tuin of het een CE-markering heeft.
Dit is een Europees keurmerk dat aangeeft dat het toestel voldoet aan de basisveiligheidseisen. Voor BSO-gebruik is een CE-markering alleen niet genoeg; zorg dat het toestel ook geschikt is voor intensief gebruik door kinderen.
Praktische tips voor BSO’s
Hieronder vind je concrete tips om de veiligheid van speeltoestellen op de BSO te waarborgen. Wist je trouwens dat een Montessori vloerbed veiliger kan zijn voor de allerkleinsten? Door deze tips op te volgen, creëer je een veilige speelomgeving voor de kinderen op de BSO.
- Controleer het RAS-nummer: Vraag bij aankoop altijd om het RAS-nummer en check het in het Register attractie- en speeltoestellen. Zonder nummer: niet kopen.
- Let op de leeftijdscategorie: Kies toestellen die passen bij de leeftijd van de kinderen op de BSO. Gebruik peutertoestellen niet voor oudere kinderen.
- Voer regelmatig inspecties uit: Controleer wekelijks op slijtage, losse onderdelen en schade. Maak een inspectielijst en vul deze in.
- Zorg voor een valdempende ondergrond: Controleer of de ondergrond onder toestellen voldoet. Vervang valzand of rubberen tegels op tijd.
- Geef duidelijke regels: Leg aan kinderen uit hoe ze de toestellen veilig kunnen gebruiken. Houd toezicht en grijp in waar nodig.
- Schakel een professional in: Voor groter onderhoud of keuringen schakel je een gespecialiseerd bedrijf in. Dit kost geld, maar het voorkomt ongelukken.
- Houd rekening met kosten: Een nieuw speeltoestel kost tussen de €1.000 en €5.000, afhankelijk van het type en de grootte. Een keuring kost ongeveer €100-€200 per toestel. Budget hiervoor in je BSO-planning.
Je voorkomt ongelukken en voldoet aan de wetgeving. Zo kunnen de kinderen zorgeloos genieten van het buiten spelen.
