Hoe creëer je een inclusieve BSO-omgeving voor elk kind?

Portret van Redactie Ozowiezo, Redactie
Redactie Ozowiezo
Redactie
BSO Activiteiten & Pedagogische Planning · 2026-02-15 · 11 min leestijd

Een inclusieve BSO, dat klinkt groot en ingewikkeld, maar het begint gewoon bij het zien van elk kind. Geen kind dat aan de zijlijn staat, iedereen hoort er echt bij.

Dit is niet iets dat je even in een middag regelt. Het vraagt om een plan, een beetje lef en vooral samenwerken.

Je hoeft het niet allemaal alleen te doen. Er zijn al handvatten, zoals de handreiking van Sardes, en onderzoek dat je op weg helpt. Laten we samen kijken hoe je dit praktisch aanpakt, zonder dat je meteen een heel nieuw beleid hoeft te schrijven. Stap voor stap, met beide benen op de grond.

Wat heb je nodig? De basis voor je reis

Voordat je begint, is het goed om even stil te staan bij wat je al hebt en wat je nog mist. Je hebt geen dure spullen nodig, maar wel een open houding.

Dat is je allerbelangrijkste materiaal. Daarnaast helpt het om een paar dingen op een rij te zetten, zodat je niet halverwege vastloopt.

  • Een team dat wil leren: Je pedagogisch medewerkers (pm'ers) moeten open staan voor nieuwe ideeën. Het gaat om een mindset, niet om een cursus van 1000 euro per persoon.
  • Tijd om te praten: Plan structureel tijd in voor overleg. Een halfuurtje per week kan al een wereld van verschil maken. Geen vergadering, maar een echte check-in.
  • Contact met ouders: Zorg dat je weet wat er speelt bij de gezinnen. Hun input is goud waard. Een app-groep of een kort praatje bij het brengen helpt hier enorm.
  • De handreiking van Sardes: Dit is een gratis document, ontwikkeld door experts. Het is je kompas. Je kunt het online vinden en downloaden. Het legt uit hoe je te werk kunt gaan zonder dat je direct wetten hoeft te kennen.
  • Een plek om te experimenteren: Een klein hoekje in de groep of een specifieke activiteit waar je kunt beginnen. Je hoeft niet meteen alles om te gooien.

Stap 1: Oriënteer je en vind je kompas

De eerste stap is rustig kijken wat er allemaal speelt. Je duikt niet meteen het diepe in, maar je neemt de tijd om de kaart te bestuderen.

In Nederland is er geen specifieke wet die zegt hoe een inclusieve BSO precies moet.

Dat betekent vrijheid, maar ook dat je zelf een pad moet uitzetten. De handreiking van Sardes is hier je beste vriend. Hij is gemaakt voor organisaties zoals die van jou.

Begin met het lezen van de inleiding en de uitgangspunten. Wat betekent 'inclusie' voor jouw BSO? Praat hierover met je team. Geef iedereen de ruimte om te zeggen wat ze denken, zonder oordeel.

Dit duurt ongeveer 2 tot 3 weken. Plan een kickoff-meeting van 1 uur.

Uitgangspunt: verschillen ertoe doen

De grootste fout die je nu kunt maken? Denken dat je het allemaal al weet.

Luister vooral naar de minder ervaren medewerkers, zij zien soms dingen die jij mist. Inclusie gaat niet over hetzelfde maken van alle kinderen. Het gaat er juist om dat de verschillen er mogen zijn en dat iedereen zich veilig voelt.

Elk kind heeft iets unieks te brengen. De een is misschien heel stil, de ander juist superenergiek.

Een kind met autisme heeft soms een andere manier van communiceren nodig, een kind dat net in Nederland is misschien extra steun bij taal. Het gaat erom dat je deze verschillen ziet als een kracht, niet als een probleem. Stel je voor: je hebt een groep van 20 kinderen.

In plaats van te eisen dat iedereen hetzelfde doet, bedenk je: "Wat heeft dit kind nu nodig om mee te doen?" Dat kan een rustig hoekje zijn, een visuele planning of een andere uitleg. Dit is geen extra werk, het is gewoon slim werken.

Het maakt je groep rustiger en leuker voor iedereen. Zowel voor de kinderen als voor je pm'ers.

Stap 2: Verken het terrein met je team en ouders

Nu je weet wat inclusie is, ga je kijken wat er bij jullie speelt.

Dit is het moment om de handreiking er echt bij te pakken. De handreiking is er voor iedereen: voor jou als BSO, voor scholen, voor gemeenten en voor jeugdhulp. Het doel?

Zorgen dat iedereen hetzelfde begrip krijgt en weet wat zijn rol is. Jij bent de expert op het gebied van opvang, de school weet alles van leren, en de jeugdhulp kent de kinderen soms al jaren. Plan een sessie van ongeveer 1,5 uur met je team. Pak een groot vel papier en schrijf op: "Wat zijn vragen die we hebben?" en "Welke kinderen hebben extra ondersteuning nodig?" Vraag ook aan de ouders wat zij belangrijk vinden.

Dit kan via een korte enquête of een persoonlijk gesprek. De meest gemaakte fout hier is dat je alleen met je eigen team praat.

Haal de wereld buiten je BSO erbij. Samen zie je het complete plaatje. Het is belangrijk om te weten dat je niet alleen staat.

Doelgroep: gemeenten, organisaties, scholen, jeugdhulp

De handreiking is specifiek ontwikkeld voor al deze partijen. Waarom? Omdat een kind dat extra steun nodig heeft, vaak te maken heeft met meerdere systemen.

Misschien gaat hij naar het speciaal onderwijs, krijgt hij logopedie en komt hij naar jouw BSO.

Als die partijen niet met elkaar praten, verdwijnt het kind ertussenin. Jij als BSO-medewerker kunt hier een sleutelrol in spelen. Jij ziet het kind namelijk in zijn vrije tijd, in een andere setting dan school.

Zie je dat een kind moeite heeft met groepsspellen? Of juist heel erg opbloeit bij knutselen?

Deel dit met de school of met de jeugdhulp. Zo bouw je een brug.

Je hoeft geen uren te mailen; een kort berichtje of een belletje kan al genoeg zijn. Begin klein, met één kind waar je je zorgen over maakt of juist heel blij mee bent.

Stap 3: Breng de behoeften in kaart en maak een plan

Na het verkennen, is het tijd voor actie. De handreiking geeft je hiervoor een duidelijke structuur met vier fasen.

Je hoeft ze niet allemaal in een week te doen. Neem er de tijd voor, misschien wel een maand of drie. De eerste fase is oriënteren (wat willen we?), de tweede is verkennen (wat speelt er?), de derde is brengen (wat hebben we nodig?) en de vierde is ontwikkelen (wat gaan we doen?).

Jij zit nu in de fase 'brengen'. Je weet wat je wilt en wat er speelt.

Nu bedenk je wat je nodig hebt. Een voorbeeld: je wilt een rustige plek voor kinderen die snel overprikkeld raken.

Wat heb je nodig? Een oude mat, een paar kussens, een headsetje en misschien een paar boeken. Kosten: ongeveer 50 tot 100 euro. Plan een teamoverleg van 1 uur om deze lijst te maken.

Vier fasen: oriënten, verkennen, brengen, ontwikkelen

De grootste valkuil is te veel willen. Kies één of twee dingen om mee te beginnen.

Deze vier fasen zijn een hulpmiddel, geen keurslijf. Ze helpen je om gestructureerd te werk te gaan zonder dat het te bureaucratisch wordt. In de oriëntatiefase ben je dus aan het lezen en praten.

In de verkenningsfase ben je aan het kijken naar wat er bij jullie gebeurt.

In de brengfase bedenk je wat je nodig hebt, zoals materiaal of extra kennis. En in de ontwikkelingsfase ga je het echt doen: je introduceert de nieuwe aanpak. Stel je voor, je wilt een jaarplanning voor de BSO maken die aansluit bij de seizoenen, of gaan werken met visuele kaartjes voor de dagindeling.

In de oriëntatiefase lees je hierover. In de verkenningsfase vraag je aan ouders of hun kind hier baat bij zou hebben.

In de brengfase koop je een set kaartjes (bijvoorbeeld van het merk Juf Sanne of een vergelijkbaar educatief merk, kost ongeveer €25,-). In de ontwikkelingsfase ga je ze gebruiken en kijk je of het werkt. Doe dit over een periode van 4 tot 6 weken.

Stap 4: Ga voor een inclusievere BSO voor kinderen met extra ondersteuning

Hier draait het om: het echt doen. Je hebt je plan, je hebt je materialen, nu ga je het uitproberen.

Dit is waar het onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) heel interessant wordt. Promovendus Britt Brekhof doet onderzoek naar hoe we de BSO inclusiever kunnen maken. Uit haar vijfjarige traject blijkt dat het vooral gaat om de dagelijkse praktijk.

Wat werkt er nu echt op de groep? Begin met één simpele aanpassing.

Bijvoorbeeld: je introduceert een 'gebruik dit'-bordje voor de rustige hoek. Als een kind even toe is aan rust, mag het het bordje pakken.

Zo weten de andere kinderen en de pm'ers dat het even niet anders kan. Of je past een activiteit aan. Bij knutselen zorg je dat er voor ieder kind een geschikte manier is om te knippen of te plakken, misschien met aangepaste scharen. Test dit een paar weken.

Onderzoek naar ervaringen ouders en pedagogisch medewerkers

Vraag aan het kind: "Werkt dit voor jou?" en aan de pm'ers: "Hoe voelt dit?" De input van ouders en pm'ers is goud.

Zij zien wat er gebeurt. Het onderzoek van de RUG laat zien dat wanneer je deze groepen betrekt, de kans op succes vele malen groter is. Een ouder weet precies wat zijn kind nodig heeft na een drukke schooldag.

Een pm'er ziet hoe een kind speelt en of het meekomt. Zorg dat je een laagdrempelige manier vindt om deze ervaringen te verzamelen.

Dit hoeft geen formeel onderzoek te zijn. Je kunt een 'wat ging goed/wat ging minder goed'-box op hangen. Of je vraagt bij het halen en brengen: "Hoe was het gisteren?

Merkte je iets?" Voor pm'ers is een kort evaluatiemomentje aan het einde van de dag heel waardevol.

Zeg bijvoorbeeld: "Pak even 5 minuten, wat viel je op vandaag bij de kinderen die we extra volgen?" Dit zorgt voor een cultuur waarin iedereen zich veilig voelt om te delen wat hij ziet.

Stap 5: Blijf leren en pas aan

Een inclusieve BSO is nooit 'af'. Kinderen groeien, nieuwe kinderen komen erbij, en de wereld om ons heen verandert.

Het is dus een cyclus van doen, kijken, aanpassen en weer doen. De handreiking van Sardes moedigt dit aan: start klein, leer onderweg. Je hoeft geen perfect plan te hebben.

Je mag dingen uitproberen en misschien ook wel een keertje mislukken. Dat is niet erg, dat is leren.

Plan bijvoorbeeld elke 3 maanden een klein moment om te kijken: "Is wat we deden nog steeds goed?

Is er iets nieuws wat we kunnen proberen?" Misschien ontdek je dat het 'gebruik dit'-bordje niet meer nodig is, maar dat een andere aanpak beter werkt. Blijf praten met je netwerk: de school, de jeugdhulp, andere BSO's in de buurt. Deel je successen en je vragen. Zo blijf je groeien, ondernemerschap bij kinderen stimuleren, zonder dat het je energie kost.

Veelgemaakte fouten en hoe je ze voorkomt

Er zijn een paar valkuilen waar veel BSO's in stappen. De grootste is dat je denkt dat je alles zelf moet uitzoeken. Dat is niet zo.

Gebruik de kennis die er al is. De handreiking van Sardes is er niet voor niets.

Een andere fout is dat je te snel te veel wilt veranderen. Je team raakt overprikkeld en de kinderen snappen er niks van.

Begin met één ding, bijvoorbeeld het verbeteren van de communicatie met ouders over de dagindeling. Een derde fout is het vergeten van de andere kinderen. Je bent zo bezig met het kind dat extra ondersteuning nodig heeft, dat de rest van de groep het gevoel krijgt te worden vergeten.

Zorg dat je activiteiten blijft doen die voor alle kinderen leuk zijn.

Pas ze eventueel licht aan. Een inclusieve BSO is er een waar ieder kind zich gezien voelt, niet alleen de kinderen die het moeilijk hebben. Houd dit scherp in de gaten.

Verificatie-checklist: Ben je op de goede weg?

Om te checken of je op de goede weg bent, kun je deze lijst gebruiken.

  • Heb je met je team gesproken over wat inclusie voor jullie betekent? (Ja/Nee)
  • Heb je de handreiking van Sardes gelezen of in ieder geval gedownload? (Ja/Nee)
  • Heb je contact gezocht met ten minste één andere partij (school, jeugdhulp, gemeente) over een kind? (Ja/Nee)
  • Is er een simpele, praktische aanpassing gedaan op de groep (bijvoorbeeld een visuele planning of een rustplek)? (Ja/Nee)
  • Vraag je regelmatig aan ouders en kinderen wat er goed gaat en wat beter kan? (Ja/Nee)
  • Is er ruimte in je planning om de komende maand nog een kleine aanpassing te proberen? (Ja/Nee)

Beantwoord de vragen met ja of nee. Als je op de meeste vragen 'ja' kunt antwoorden, dan zit je goed. Als je een 'nee' hebt, kijk dan welke stap je nu kunt zetten.

Misschien is het tijd om de handreiking te lezen, een gezonde leefstijl te stimuleren of om die ene ouder aan te spreken. Het hoeft niet perfect, het gaat om de beweging. Jij kunt dit. Samen met je team, met de ouders en met de kinderen maak je de BSO tot een plek waar iedereen thuishoort.

Portret van Redactie Ozowiezo, Redactie
Over Redactie Ozowiezo

Expert content over kinderopvang buitenschoolse opvang pedagogiek

Volgende stap
Bekijk alle artikelen over BSO Activiteiten & Pedagogische Planning
Ga naar overzicht →