Leren omgaan met geld: Een winkeltje op de BSO
Stel je voor: je staat in de speelhoek van de BSO en ziet een groep kinderen druk bezig met hun eigen winkeltje. Ze tellen munten, schrijven prijskaartjes en onderhandelen over een 'aanbieding'.
Dit is niet zomaar spelen; dit is waardevolle financiële opvoeding in actie.
Leren omgaan met geld begint niet pas later, maar al hier, op de buitenschoolse opvang. Het is een van de leukste en meest effectieve manieren om kinderen basisvaardigheden voor het leven bij te brengen.
Waarom is financiële opvoeding belangrijk?
De cijfers liegen er niet om. Uit onderzoek van het Nibud (Nederlands Instituut voor Budgetvoorlichting) blijkt dat volwassenen zonder financiële opvoeding vaker tegen problemen aanlopen.
Maar liefst 48% van hen heeft betalingsproblemen, 61% kampt met betalingsachterstanden en 64% geeft aan moeite te hebben met rondkomen. Het contrast is groot: van de mensen wél mét een financiële opvoeding spaart 84%. Dat zegt genoeg, toch?
Financiële opvoeding is het aanleren van basisvaardigheden rondom geld. Het gaat om keuzes maken, plannen, sparen en begrijpen dat geld niet oneindig is.
Op de BSO kun je hier een cruciale rol in spelen. Kinderen komen hier samen, spelen en ontdekken in een veilige omgeving. Een winkeltje opzetten is een perfecte, praktische oefening die je direct kunt toepassen.
Wanneer beginnen met leren omgaan met geld?
Je kunt hier al vroeg mee beginnen, maar het is slim om de activiteit aan te passen aan de leeftijd. Volgens het Nibud kan zakgeld al starten vanaf 6 jaar.
Voor een 6-jarige is €1 per week een realistisch bedrag. Op de BSO kun je dit vertalen naar een 'winkelspeeluur' waarin kinderen leren rekenen met kleine bedragen.
Tips bij het geven van zakgeld
Voor oudere kinderen op de BSO (rond de 8 tot 12 jaar) kun je de winkelactiviteit uitbreiden. Denk aan het maken van echte prijskaartjes, het bijhouden van een 'kas' en het wisselgeld tellen. Vanaf 10 jaar adviseert het Nibud om een bankrekening te openen en vanaf 12 jaar kun je kleedgeld introduceren.
Op de BSO kun je hierop inspelen door te praten over deze stappen en ze na te spelen in je eigen winkeltje. Zakgeld is een krachtig middel, maar het werkt alleen als je het op de juiste manier inzet. Het Nibud geeft hier duidelijke richtlijnen voor, die je ook kunt combineren met wetenschappelijk denken met proefjes in de BSO-winkelactiviteit.
- Geef zakgeld op een vast moment en met een vast bedrag. Spreek duidelijk een periode af, bijvoorbeeld per week of per maand. Op de BSO kun je dit simuleren door elke speelgroep een 'weekbudget' te geven.
- Geef geen zakgeld als straf of extra als beloning. Dit is een valkuil. Geld moet neutraal blijven, anders leer je kinderen verkeerde associaties. In de winkel betekent dit: iedereen krijgt hetzelfde budget, ongeacht gedrag.
- Gebruik contant geld voor jongere kinderen. Voor kinderen van 6 tot 8 jaar is contant geld het meest tastbaar. Op de BSO kun je werken met nepgeld of kleine muntjes om het echt te laten voelen.
Zakgeld uitgeven of sparen?
De keuze tussen direct uitgeven of sparen is een belangrijke les. In een BSO-winkeltje kun je dit perfect nabootsen.
Geef elke groep een startbedrag, bijvoorbeeld €5,- aan speelgeld. Ze mogen zelf beslissen: kopen ze meteen iets leuks of sparen ze voor een groter doel?
Het Nibud biedt een handig stap-voor-stap plan om een spaardoel te berekenen. Maak samen met de kinderen een plan: wat willen ze kopen, hoeveel kost het en hoe lang moeten ze sparen? Op de BSO kun je een 'spaardoel poster' maken waarop kinderen hun voortgang bijhouden.
Dit maakt sparen concreet en overzichtelijk. Een financiële opvoedwijzer 2024 is beschikbaar als PDF (90,90 KB) en biedt extra achtergrondinformatie voor begeleiders.
Extraatjes verdienen met klusjes
Spaargeld komt niet uit de lucht vallen. Op de BSO kun je kinderen laten ervaren dat je geld kunt verdienen door extra klusjes te doen.
Dit sluit aan bij de adviezen van het Nibud: stimuleer klusjes voor extra inkomsten bij grote wensen. Denk aan klusjes in de winkel: de schappen bijvullen, de vloer vegen of helpen met de kas tellen. Spreek een tarief af, bijvoorbeeld €0,50 per klusje.
Zo leren kinderen dat inzet loont en dat geld verdienen werk vergt. Dit is een waardevolle les voor later, wanneer ze vanaf 13 jaar een bijbaantje kunnen overwegen.
Mobiel bankieren voor je kind
Hoewel mobiel bankieren voor kinderen vaak pas later begint, kun je op de BSO al de basis leggen en ouders actief betrekken bij deze activiteiten.
Praat over hoe banken werken, wat een pinpas is en hoe online betalen gaat. Gebruik hierbij concrete voorbeelden die aansluiten bij hun belevingswereld. Op de BSO-winkel kun je een 'digitale versie' maken. Geef kinderen een pasje (bijvoorbeeld een gelamineerde kaart) waarmee ze 'betalen' bij de kassa.
Leg uit dat het geld op hun rekening staat en niet in hun hand. Dit bereidt ze voor op de stap naar een echte bankrekening vanaf 10 jaar.
Omgaan met verleidingen
In een winkel staan verleidingen altijd op de loer. Op de BSO kun je kinderen leren hiermee om te gaan.
Leg uit dat niet alles wat leuk is, ook direct gekocht hoeft te worden. Gebruik de winkelactiviteit om keuzes te bespreken: 'Is dit speelgoed het waard om je hele budget voor op te maken?' Een praktische oefening is de 'wenslijst'.
Laat kinderen opschrijven wat ze leuk vinden en prioriteiten stellen. Dit helpt hen om na te denken over wat écht belangrijk is.
Op de BSO kun je dit combineren met een spaardoel, zodat ze leren uitstellen en plannen. Met een winkeltje op de BSO geef je kinderen een leven lang waarde. Het is niet alleen leuk, maar ook ontzettend leerzaam.
Dus pak die munten, maak de prijskaartjes en begin vandaag nog. De kinderen zullen je dankbaar zijn – en jij ook.
